Foodlingo: Onigiri

Ook: omusubi en nigirimeshi. Op z’n Nederlands: rijstbal. Sinds sushi zelfs bij de slager ligt, is de deur opengezet voor méér Japanse culinaria. Zo gaat de izakaya – een sake-met-hapjesbar – de sushibar hard achterna. Tijd voor de volgende Japanse eethype, onigiri.

Onigiri have more fun; © Marjan Ippel

Onigiri have more fun; © Marjan Ippel

Vanwege de rijst en het gebruik van nori (zeewiervellen) wordt onigiri nogal eens verward met sushi. Maar terwijl sushi beoogt rauwe vis te conserveren door de rijst te koken met azijn, zout en tegenwoordig ook suiker, wordt bij onigiri juist de rijst zelf geconserveerd voor meeneemdoeleinden. Namelijk door de rijstbal, -driehoek, -kubus of -ovaal te vullen met umeboshi (gepekelde Japanse abrikoos), kombu (zeewier), katsuobushi (gedroogde, gefermenteerde en gerookte bonito), tarako (gezouten viskuit) of iets anders zouts of zuurs dat de rijst behoedt voor bederf.
En in tegenstelling tot sushi kan onigiri ook echt tegen een stootje. In Japan is het daarom een populaire to-gosnack voor bloesemwatchen en stadionbezoek, maar ook voor negen-tot-vijfbezigheden. Vandaar de oneindige hoeveelheid onigiri-shops.
Letterlijk vertaald betekent onigiri ‘met je handen omvatten’. De versgekookte hete rijst wordt met de handen om een vulling gekneed, totdat de rijstbal stevig van buiten aanvoelt en zacht van binnen. Daarna wordt met uitgesneden stukjes nori (zeewiervel) en sesamzaad vaak een vrolijk lachend gezichtje aangebracht – van pandabeer tot Hello Kitty.
Volgens Japanners is onigiri echt soulfood, food from the heart, omdat het vanouds thuis door de moeders en oma’s met liefde wordt bereid voor de familie.
De rijstballen zouden hier weleens het succes van sushi kunnen gaan overtreffen, juist dankzij de potentie om een urenlang verblijf in superschap, tas of kantoorla lachend te overleven.

© Marjan Ippel, Talkin’ Food® 2014

Meer foodlingo hier