Foodlingo: botanicals

Elke term moet met z’n tijd meegaan. Zeiden ze vroeger ‘spijkerbroek’, wij houden het op ‘jeans’. Liep men ooit op gympies, wij dragen sneakers. En een pet werd een cap. Ook ons eten en drinken ontkomt er niet aan. Waar we ooit de schaaf hanteerden om ingrediënten in plakjes te snijden, gebruiken we nu een slicer of een mandoline. En in onze drankjes gaan geen kruiden, specerijen, (bloem)blaadjes, wortels en/of schillen meer, maar botanicals.

Rutte gin geïnfuseerd met de botanical celery

Rutte gin geïnfuseerd met de botanical celery

Wat is er mis met pakweg kruiden, specerijen, bloemen, bladeren, wortels, schillen en schors? Of met de overkoepelende term botanische, of eventueel plantaardige, producten? Helemaal niets. Behalve dat die omschrijvingen niet in één oogopslag duidelijk maken dat we hier te maken hebben met trendproducten. En botanicals doet dat wel meteen.
Om mezelf even te citeren uit mijn trendboek What (not) to eat 2010 (jaja!):
“Zeiden we vroeger ‘eten’, tegenwoordig hebben we het over ‘food’. Zodra een verschijnsel op de catwalk terechtkomt, hoort daar een herpositionering en een passend nieuw etiket bij. Bij voorkeur Engelstalig, teneinde de verse hoogtrendy status te benadrukken.
Eten doe je om je honger te stillen. Of in het westen hooguit je trek. Food neem je tot je uit heel andere motieven. Omdat je er gezonder van zou worden. Mooier, dunner of zelfs slimmer. Maar vooral omdat het je een bepaald imago verleent.
Food is net als kleding een fashion statement geworden. Wat vandaag ‘it’ is, is morgen ‘out’. What (not) to eat is minstens zo belangrijk, én grillig, als what (not) to wear.
Consumenten onderscheiden zich steeds duidelijker via hun eten. Wat het klokje om de pols was, de (merk)kleding en de Hummer met gouden cow catcher, is nu de nieuwe-oogstolijfolie op het aanrecht, het gourmetzout ernaast en het door bultige lokale molenaars op eeuwenoude stenen gemalen meel waarvan ambachtelijk brood in eigengemetselde houtovens wordt gebakken.
Net als in de mode kent elk seizoen zijn eigen foodtrends. Zo’n trendstatus vraagt om een eigen lingo. Een jargon waarmee fooderati zich onderscheiden van niet-culinista’s. Foodlingo is de cow catcher van het food.
Waar Anglo-Amerikanen graag aanschuren tegen het Frans – van haute dog en boutique wine tot gourmet burger – verlaten wij ons dus op het Engels.”
Waarvan akte.
Met dat verschil dat er op het huidige aanrecht een  mason jar vol huisgefermenteerde kimchi staat. Naast de zelfgeworste worst. En dus die fles huisgestookte, of in ieder geval in small batches ambachtelijk geproduceerde, gin of – nog trendiër – vermout(h). Precies: geïnfuseerd met botanicals.

© Marjan Ippel, Talkin’ Food® 2016.

Meer foodlingo hier.