Boetiekbitterbal

Het begon jaren geleden met de stamppot en al snel daarna volgde de kroket. Twee als ‘lage keuken’ afgedane gerechten die niet op een sterrenaanrecht thuishoorden. Tot topchefs dit volksvoedsel op porselein gingen serveren met damasten servetten en zilveren bestek. En in het geval van de kroket met salpicons (vullingen) van foie gras, truffel en morielje. De nu in Beiroet kokende Edwin Kats en Amsterdams restaurantcriticus Johannes van Dam rolden destijds over de gracht omtrent de origine van de – in Kats’ spelling – ‘croquet’. Ondanks de Franse schrijfwijze oer-Hollands, meende Kats. Onzin, oordeelde Van Dam. Sinds een tijdje duikt overal ook de bitterbal in een boetiekoutfit op. Van de Lovebite van ex-Supperclubber Thorwald Voss die – bijvoorbeeld gevuld met kokoscurry, erwtjes en bieslook – al op de gastenlijst van menig trendy bijeenkomst prijkte, tot de haringbitterbal van partycateraar Pec. Evenals de kroket is de bitterbal uit het vet gehaald in een flirt met de al dan niet Hollandse keuken. En omdat een recessie nu eenmaal, naast nationale gevoelens, kostenbesparingen pleegt aan te wakkeren, krijgen we nog heel wat boetiekbitterballen te verstouwen. Net als gourmetgehaktballen, trouwens.