Van Bar naar Room

Deze week openden maar liefst twee voor Nederland nieuwe type bars: een melkbar in Amsterdam (weliswaar genaamd De Melksalon, maar toch). En een ciderbar in de Fenix Food Factory in Rotterdam. Daarmee lijkt de markt voor verschillende barsoorten in ons land verzadigd te raken. Tijd voor iets nieuws. Enter: The Room.

Zou The Roast Room ook een bar hebben?

Zou The Roast Room ook een bar hebben?

Zijn bars sooo last week? Je zou het bijna gaan denken na jaren van introduceren van telkens nieuwe barvarianten – van haute dog tot hamburger en ramen. Vooral als je het openingenschema van deze week (twee bars) met dat voor volgende week vergelijkt: vooralsnog geen enkele bar.
In plaats daarvan worden er niet één, maar twee Rooms geopend.  The Press Room in hotel INK, en The Roast Room van Michiel ‘Visaandeschelde’ Deenik. Beide in Amsterdam.
Een room (Engels voor kamer) heeft het voordeel ten opzichte van een bar dat het intiemer klinkt, huiselijker zelfs. Of in ieder geval minder vrijblijvend en minder anoniem. Wie een bar binnenstapt, gaat geen commitment aan. Wie een room betreedt wel. Een bar met krukken geeft door zijn hele wezen het gevoel van iets vluchtigs, ten opzichte van een room met stoelen die een langer verblijf suggereert. En hoe langer de gast blijft, hoe meer hij/zij uitgeeft.
Deze verschuiving van bar naar room zou erop kunnen duiden dat we langzaamaan weer langer in één en dezelfde horeca-omgeving zullen verblijven dan we nu gewend zijn dankzij de huidige overdosis aan bars, foodtrucks en foodhallen. Onthaasting in de horeca. Avondvullend horeca-entertainment: zijn wij getuige van wederom een nieuw horecatijdperk?
Blijft nóg een prangende vraag over, waarop volgende week hopelijk het antwoord zal klinken: zou de room ook een bar hebben, het tot deze week in elk nieuw te openen horecaconcept onmisbaar geachte accessoire?
In elk geval: the room is de nieuwe bar.

© Marjan Ippel, Talkin’ Food® 2015

Lees ook: Walk-ins