Thee in Taipei is niet hip

Dan denk je dat je in Taipei – immers de hoofdstad van theewalhalla Taiwan – je hart kunt ophalen aan thee. En natuurlijk valt er voldoende te proeven in de meer en ook wel minder toeristische zaakjes. Maar een fijn modern theehuis à la de daar booming hipsterkoffiebars (zie mijn artikel op FavorFlav)? Neu. Is Taipei nu dan een hippe koffiestad geworden, voorgoed verloren voor de thee?

Even de thee aanharken; © Marjan Ippel

Even de thee aanharken; © Marjan Ippel

Als er zelfs in een theeland als Taiwan nog geen nieuwe, eigentijdse, theecultuur is ontstaan, hoe moet dat dat in de rest van de wereld? Als ook Taiwanese jongeren zich van de ‘ouderwetse’ thee afkeren en massaal aan de koffiebar gaan, hoe kan dat tij dan nog worden gekeerd?
Niet dat Taipei helemaal geen interessante theezaken heeft, maar die vind je alleen als je een insider bij je hebt. Wat ik gelukkig had.
Die insider nam me op sleeptouw door haar stad. Ze liet me vers voor mijn ogen handgemaakte dumplings proeven, zoals dumplings altijd zouden moeten smaken. Ze nam me mee naar één van de beste markten die ik ooit zag. Waar ik me door een plaatselijke theeboer liet verleiden om oolongthee te kopen.
Niet de beste oolongthee, maar de man was zo trots op zijn kleine onafhankelijke familiebedrijfje en dat alleen al was voldoende reden om hem wat business te gunnen. En ze nam me mee naar haar favoriete theehuis, waar ze als notoire theedrinker/kenner graag en vaak kwam.
Nu is Thé Beauté niet perse het mooiste theehuis dat ik ooit zag. De inrichting was een beetje tuttig-Brits en de naam vreemd genoeg tuttig-Frans. Niks racefietsen aan de muur en hangplanten aan het plafond…
En wat ik eerst ook gek vond: de eigenaar verkocht en schonk niet alleen Taiwanese thee, de beste thee ter wereld, maar ook thee uit Darjeeling, India. Huh…? Tot ik me realiseerde dat wij Nederlanders ook niet alleen Hollandse kaas verkopen.
En toen gingen we proeven. En legde hij uit dat hij – net als de koffiejongens bij ons – doet aan direct trade en dus zelf ter plekke in Darjeeling op zoek gaat naar theeboeren die (in potentie) kwaliteitsthee verbouwen. En dat niet alleen. Hij gaat vervolgens met hen een traject in om de thee nog beter te maken, door aanpassingen te doen in het aanplantings-, verbouwings- en verwerkingsproces. Niet via allerlei dubieuze toevoegingen en groei’verbeteraars’, maar juist door terug te keren naar traditionele methodes. En door de theeboeren bijvoorbeeld te leren over smaakprofielen. En over de invloed op de smaak van iets eerder of juist later oogsten. Door, kortom, kennis met ze te delen.
Dat deed hij ook bij de Taiwanese theeboeren, van wie hij niet alleen oolongthee kocht, maar ook zwarte thee uit het Sun Moon Lake-gebied. Het was mijn eerste Taiwanese zwarte thee ooit. En lekker bovendien. Al met al een prachtervaring.
Teruglopend van de metro naar het hotel, wierp ik een blik in wat een opslag leek. Hoewel mijn neus duidelijk de mildzoete geur van geroosterde oolongthee waarnaam. Bleek het de allerlaatste traditionele theeroosteraar in heel Taipei-city te zijn. Vanwege brandgevaar moeten dit soort ambachten net als bij ons allemaal de stad uit. Maar de ruim tachtigjarige Lin zit er nog. En het leek even of ik decennia terug in de tijd werd geworpen toen hij me toonde hoe de thee er langzaam en met langzaam uitstervende kennis werd geroosterd. Gelukkig heeft Lin een opvolgster. Die gaat vast het verschil maken!

© Marjan Ippel, Talkin’ Food® 2016

Lees ook: All-day everything: Foodtrends 2016