Foodlingo: Boterpoeder e.a.

‘Het jaar van de foodscepsis’, zo noemde ik 2014. En het bleek nog maar het begin. Ook in 2015 verschenen antidieetboeken – waaronder Het Antidieetboek van Gerrit-Jan Groothedde – en kritische beschouwingen over ons eten – zoals Suiker, het zoete vergif van Huib Stam. Met als voorlopig hoogtepunt Slik je dat? van de Britse onderzoeksjournalist Joanna Blythman over de verborgen geschiedenis van ingrediënten. En dat levert een scala aan geheim ingrediëntenlingo op. Boterpoeder, iemand?

Geen boterpoeder te bekennen op Stilleven met kazen van Floris Claesz. Van Dijck (ca. 1615; Rijksmuseum)

Geen boterpoeder te bekennen op Stilleven met kazen van Floris Claesz. Van Dijck (ca. 1615; Rijksmuseum)

Eetsprookjes luidde de titel van Huib Stams boek over de mythes rond gezonde voeding dat in het jaar van de foodscepsis verscheen. Boeken die eetsprookjes doorprikken, lijken inmiddels een genre op zich te worden. Ze ontmaskeren mythische voedselschurken, kraken voedselcodes als betrof het de Da Vinci Code en lezen als regelrechte food science fiction.
Maar ook het boek van Joanna Blythman over de voedselindustrie, de producenten van k&k-maaltijden en andere pakjes en zakjes, is geen sprookje met een eenduidig gelukkig einde. Een citaat:
‘[…] Waarom zou je je portemonnee omkeren voor boter als je niet meer nodig hebt dan 0,02 procent boterextract dat, zoals een smaakstoffenfabrikant belooft, je product “een kenmerkende botersmaak geeft… [die] goed werkt in ovenproducten, zoetigheden, snoepgoed, roomijs, popcorn, ontbijtgraan en sauzen en naadloos past bij vanille- en cacaosmaken”? En je kunt natuurlijk ook boterpoeder nemen, door een fabrikant omschreven als een “fijn, homogeen en goed uitvloeiend roomwit of geel poeder”. Het wordt gemaakt door een mengsel van boter, maltodextrinen (koolhydraten) en melkeiwitten te sproeidrogen – ideaal voor fabrikanten die “nu met echte boter” op hun etiket willen zetten zonder het echte product te verwerken.’
Blythman kon haar achtergrondkennis omtrent de industriële ingrediënten die het gros van alle supermarktschappen bevolken en dus vrij verkrijgbaar zijn, niet vergaren via de gebruikelijke journalistieke onderzoeksmethodes. De voedselindustrie houdt haar poorten en ingrediënten hermetisch gesloten voor foodsceptici, zo laat ze weten, en stuurt iedereen graag het bos in met ondoordringbaar PR-sprookjeslingo. Blythman heeft zich als een ware held uit een spannend SF-boek via witte leugens, valse papieren en help from inside toegang moeten verschaffen tot geheime bijeenkomsten en dito informatie van de voedselindustrie. Gedurende het boek komen er zo steeds meer lijken uit de ingrediëntenkast vallen. Van ‘geherstructureerde kipproducten’ en ‘hydrocolloïden’ (lijmstoffen) tot ‘volactose’ (een weipermeaat) – het fabrieksingrediëntenlingo ligt er voor het oprapen.
Blythman: ‘Het taalgebruik van voedselfabrikanten is even lastig als een vreemde taal en voor niet-ingewijden waarschijnlijk nog ondoorgrondelijker, omdat de achterliggende concepten en betekenissen zo volstrekt anders zijn dan die in normale taal over de eigenschappen van voedsel.’
Blythman eindigt haar boek met de bevinding dat de voedselindustrie een soort geheim genootschap van ingrediëntenlingo heeft, waarvan de gemiddelde consument geen weet heeft. En áls die het op een etiket in de supermarkt tegenkomt, wordt-ie er geen steek wijzer van:
‘In het grootste deel van de wereldgeschiedenis hebben volkeren overal ter wereld, ondanks hun verschillen in cultuur en ligging, een gemeenschappelijke opvatting over voedsel gehad. Tussen de oude Grieken en het begin van de twintigste eeuw hebben alle beschavingen elk ingrediënt op [Floris Claesz.] Van Dijcks stilleven [met kazen, ca. 1615] kunnen benoemen, en het voedsel dat hij zo prachtig heeft weergegeven, is voor mij nog steeds een open boek. Maar stel je een modern schilderij genaamd Stilleven met fabrieksvoedsel voor. Dat zou voor niemand iets betekenen. Fabrieksvoedsel heeft woorden nodig om zichzelf te identificeren.’

Joanna Blythman, Slik je dat? Uitg. Bouillon.

© Marjan Ippel, Talkin’ Food® 2015

Lees ook: Ik zeg aardappel en: 2014: het jaar van de foodscepticus.