Foodlingo: Booth

We kennen de booth dankzij de Amerikaanse diner. Een informeel restaurant waar vermoeide reizigers, families en hele generaties jongeren milkshakes, burgers en hash browns verschalken in intieme zithoekjes (booths). In hoeveel films en tv-series speelt zo’n booth geen zwijgende bijrol? Met het upgraden van het restaurantwezen verdween de booth grotendeels uit het zicht. Maar de booth is back!

De booth (met bijpassende bosposter) is back! © Marjan Ippel

De booth (met bijpassende bosposter) is back! © Marjan Ippel

Van de filmklassieker Diner met Mickey Rourke, tot de tv-comedy’s Happy Days en Seinfeld is de booth een onmiskenbaar onderdeel van de Amerikaanse (pop)cultuur. Zo Amerikaans als mum, baseball en apple pie.
En ook nu neemt de hoofdrolspeler en bedenker van één van de meest succesvolle tv-comedy’s ooit, Jerry Seinfeld, zijn gasten mee naar een booth in zijn online-hit Comedians in cars getting coffee.
De booth – een zithoekje bestaande uit een cirkelvormige bank om een ronde tafel, of twee vaste banken met daartussen een vast tafeltje, staat voor informeel, intiem, gezellig en vertrouwd. Home away from home. Je zit in het restaurant tussen tientallen gasten, maar toch ook weer niet.
En juist door die informele status die uitnodigt tot homy gerechten als hash browns (gebakken aardappelen), pancakes en fried eggs, was de booth lange tijd een no-go area voor de formelere restaurants die ver weg wilden blijven van informeel, gezellig en homy.
Je at óf eenvoudig en goedkoop in een diner of Chinees restaurant, waar booths ook populair zijn, óf ingewikkeld en duur aan chique met damast bedekte tafels en op luxe stoelen in een restaurant met sterallures. Zo was de wereld heel lang verdeeld.
Tot koks vanaf het begin van deze eeuw massaal een verlangen naar meer informaliteit kregen en daarvoor geen plaats in hun chique hoofdrestaurant vonden. Daarom openden ze intieme bistrootjes on the side. En met de opkomst de laatste jaren van het streetfood: hamburger- (Robert Kranenborg), hotdog- (Ron Blaauw) en noodletenten (François Geurds). Met een keuken, smaken, serviesgoed en opmaak die veraf staan van wat ze in het formele restaurant doen.
Die tweedeling formeel-informeel speelt bij de jonge generatie koks nauwelijks nog. Zij hebben veelal een opleiding gehad bij de huidige sterrenchefs, maar zijn tegelijk opgegroeid met festivals, streetfood en That 70’s show (waarin de booth overigens een summiere rol vervulde).
Zij delen zichzelf niet op in sterrenluxe en straateenvoud, maar combineren best of both worlds feilloos in één en hetzelfde ‘concept’. Met de bereidingswijzen, smaken, luxe opmaak, servies en service van de haute cuisine en de informaliteit, gezelligheid, neoruige aankleding en vooral betaalbaarheid van de straat. Van Jim de Jong in Rotterdam tot BAKChouxKaagman en Kortekaas en C in Amsterdam.
In die ontwikkeling is ook weer plaats voor de booth. Net zo geüpgradet inmiddels als sommige streetsmaken (hotdog-foie gras, iemand?), maar nog altijd een teken van informaliteit en intimiteit.
Door het streetfood stapten we af van avondvullend eten in een restaurant. Maar dankzij de booth en de verplichte in-huis cocktailbar blijven we opnieuw avondvullend in het restaurant hangen, maar niet meer uitsluitend voor tig stijve gangen.
In plaats daarvan blijven we na de laatste hap plakken voor de relaxte sfeer, de cocktails en de muziek. En dat doen we bij voorkeur in de booth. Zoals bij Meat West in Amsterdam. Bij het informele steakhouse Mr Porter bovenop het luxe Amsterdamse W Hotel. Of in de C-vormige exemplaren van het vorige week geopende nieuwe restaurant C van ‘Masterchef’ Michiel van der Eerde in Amsterdam (zie foto).
De booth is back!

© Marjan Ippel, Talkin’ Food® 2015

Meer foodlingo hier.