Eten in 2015? Wat dacht je van 2050?!

‘Wat eten we in 2015’, is dezer dagen de meest gestelde vraag aan mij. Maar voedingsmagazine VMT wilde weten hoe het zit in 2050. Terwijl het  met de huidige snelheid van de ontwikkelingen, revoluties en doorbraken al nauwelijks meer te zeggen is hoe en wat we volgend jaar zullen eten, is 2050 foodwise helemáál lichtjaren verwijderd. Toch deed ik een poging. Met de kennis van nu. Want geef toe: is 2015 niet nu al zóóóó 2015?

Hydropone verticale tuinen in architect Jean Nouvels duurzame wolkenkrabber Sky at One Central Park, Sydney, Australië

Hydropone verticale tuinen in architect Jean Nouvels duurzame wolkenkrabber Sky at One Central Park, Sydney, Australië

Eén ding is zeker: we zullen in 2050 heel veel monden moeten voeden en heel veel mondige monden. Ook die van de dan inmiddels flink gearriveerde (en misschien alweer geïmplodeerde)  BRIC- en andere economieën. En hoe graag we ook willen geloven in moestuintjes (mevrouw Klijnsma!) en in ambachtelijk, lokaal en kleinschalig geproduceerd voedsel: daar zullen we al die monden helaas niet mee kunnen vullen.
Er is dus een voedselindustrie nodig. Maar dankzij de huidige aandacht voor en wens tot ambachtelijk, eerlijk, puur, fair, humaan, toevoegingsvrij, gifvrij, diervriendelijk – kortom ethisch en niet te vergeten duurzaam – staat die voedselindustrie onder enorme druk om anders te gaan produceren. Dankzij innovaties en technische ontwikkelingen die uit deze noodzaak zullen voortvloeien, zal dit een heel andere voedselindustrie opleveren dan die wij nu kennen. Een soort ‘tradition meets hi-tech’ industrie waarbij het goede van beide werelden wordt gecombineerd. Buiten de stad, maar vooral ook middenin de stad in grootschalige, neo-industriële vertical farms. In 2050 is de hele wereld immers behoorlijk verstedelijkt. En ja, hoe eng we dat nu ook nog vinden, daar zullen ook op grote schaal insecten worden gekweekt voor consumptie.
Sociale klassen zullen vooral gedefinieerd worden door wat en hoe men aan eten komt en eet. Een groter deel van ons inkomen zal opgaan aan eten. En dus zal het nog meer dan nu leiden tot een scheiding der klassen. De armsten zullen 3D-geprint voedsel eten van kleine indie eetstalletjes op straat: goedkoop en precies met die nutriënten die men dagelijks nodig heeft. De rijken zullen meer toegang hebben tot vers en vers bereid voedsel dat zij in zeer besloten kring zullen eten. In een soort clubs voor rijken, zoals je nu herenclubs kent. Met op het menu dieren, planten, granen, bessen, noten en zaden die bijna uitgestorven zijn, of die dat zelfs al waren, maar die dankzij gevonden DNA weer speciaal voor dit soort clubs opgekweekt worden.
Ook eten volgens het seizoen speelt dan niet meer: aardbeien in de winter zal geen enkel ethisch of duurzaam probleem meer opleveren, dankzij de nieuwe duurzame teelmethodes die niet alleen energie- en waterzuiniger dan een gemiddelde seizoensmoestuin zullen zijn, maar die ook tot goede smaken en hoogwaardige voedingsstoffen zullen leiden. Duur, dat wel.
Er zal op en onder water voedsel worden geproduceerd. In de lucht, op planeten en zelfs op de Noord- en Zuidpool en in de Sahara. Onder meer met mobiele kassen op wielen of drijvers en met robots die verzorgen, oogsten en transporteren.
Zo, en nu weer terug naar 2015! Wat zullen we eens eten?

© Marjan Ippel, Talkin’ Food® 2014