En? Nog iets engs gegeten?

‘Wat is het engste dat je in China hebt gegeten?’ Het is een even vreemde als normaal geworden vraag uit de mond van door het ‘belevingsvirus’ aangetaste Nederlanders. Evenmin geheel immuun voor dat virus breek ik m’n hoofd over de gerechten die ik op mijn laatste China-reis naar binnen schoof. Tot ik besef dat het niet gaat om enge eetervaringen, om achtbaanachtige belevingen, maar om memorabele smaken!

Levende padden op de markt in Shanghai; © Marjan Ippel

Levende padden op de markt in Shanghai; © Marjan Ippel

Wat het meest smakelijke was dat ik in China at, dan? Geen levende padden of andere enge beesten, dus. Het hondenvlees dat ik tegenkwam op de markt in Kunming heb ik aan mij voorbij laten gaan. En het waren ook geen ingewikkelde moeilijk te bereiden huzarenstukjes die mij in vervoering brachten.
In plaats daarvan deden hele simpele gerechtjes mij weer eens beseffen dat smaak niets heeft te maken met dure of enge ingrediënten, noch met het adagium ‘meer is meer’. Ik genoot in simpele eettentjes en op straat van heel eenvoudige gerechtjes als gewokte bosui met scrambled eggs. Van verse gestoomde bamboescheuten en van dito mos met chilipepertjes. Van in flinterdunne reepjes gesneden gestoomde ‘Hollandse’ bonen met enoki-paddenstoeltjes. Van wederom boontjes, maar dan met wat fijngehakt vlees en verse chilipepers of met eendenei. En van huisgemaakte dumplings en noedels met gewokte groenten en fijngehakte pinda’s.
Hoe simpeler het gerecht, hoe sneller de kok door de mand valt – denk maar aan friet. En hoe meer het dan aankomt op vaardigheden, kwaliteit van ingrediënten en kennis van smaakcombinaties.

© Marjan Ippel, Talkin’ Food® 2014