Carolus en de frietweek

In 2012 riep ik 11 oktober uit tot de ‘dag van niks’. Eens even géén dag, week, maand of jaar van een wegkwijnend of juist hijgerig hip onderwerp. Maar gewoon een etmaal lekker helemaal niks. Ik zou hem dit jaar weer hebben gevierd, ware het niet dat juist deze week intussen tot de ‘week van de friet’ is gebombardeerd. En liever nog dan een dag niks heb ik een weeklang friet. Ook al had het natuurlijk minstens de ‘maand van de friet’ moeten zijn. Maar op de ‘dag van de kroket’ (vandaag dus, ook dat nog) mag een mens niet klagen.

Carolus, de nieuwe frietpieper on the block; © Marjan Ippel

Carolus, de nieuwe frietpieper on the block; © Marjan Ippel

En om de eerste frietweek die loopt t/m 12 oktober gepast te vieren, kocht ik eergisteren na afloop van de pieperlezing door eethistoricus Lizet Kruyff in de pop-up Pieperboetiek in Amsterdam een maaltje frietpiepers. Carolus heten ze, aangenaam, en ze zijn nieuw en volgens de initiatiefnemer van de Pieperboetiek boer Krispijn van den Dries, nu nog beter! Want Carolus werd speciaal ontwikkeld voor de friet.
Of Carolus daadwerkelijk de oma-Roseken-friettest goed doorstaat, daarover later meer. Want zoals iedereen die mij weleens leest intussen weet: friet is (net als de kroket) allesbehalve fastfood, maar juist extreem slowfood.
Dat begint bij het telen van de perfecte pieper (Carolus? Of anders bijvoorbeeld Agria) in de juiste klei onder de ideale omstandigheden (veel liefde). En het eindigt met een tijdrovend proces van schillen, snijden, spoelen, blancheren, drogen, afkoelen, de eerste baksessie, wederom afkoelen (liefst een nacht) en tot slot de tweede baksessie.
Friet, het enige gerecht waarvoor ik mijn kostbare ‘dag van niks’ graag opgeef.
De Pieperboetiek: t/m 10 oktober, Jan Evertsenstraat 105 Amsterdam.

© Marjan Ippel, Talkin’ Food® 2014